Voor de vondst en opkomst van fossiele energie als kolen, olie en gas, gebruikten we al hernieuwbare energie. Dit gebruikten we overigens niet alleen voor aandrijven van werktuigen, maar vooral voor onze voedselteelt (op het land, ook met zonne-energie). De opkomst van fossiele brandstoffen bracht ontwikkeling en welvaart, maar ook extra uitstoot van CO2. De daarmee samenhangende klimaatverandering, met als negatief effecten bijvoorbeeld extreem weer en de stijging van de zeespiegel, doen ons beseffen dat we terug moeten naar de hernieuwbare bron.

energietransitie: We zijn op weg!

Gelukkig weten we dat we kunnen overstappen naar duurzame energie; De zon levert op aarde een veelvoud van de hoeveelheid energie die we gebruiken. Inmiddels hebben we ook technieken om die energie kosteneffectief te gebruiken.

Windenergie op zee is al concurrerend met fossiele elektriciteit en in zonnige streken op aarde geldt dat ook voor zonelektriciteit. In woningen zijn mogelijkheden met isolatie en efficiënte verwarming met warmtepompen, en ook door het opwekken van elektriciteit met zonnepanelen en het verwarmen van water met zonnecollectoren. Voor mobiliteit kunnen we rijden op schone elektriciteit of waterstof.

De voorbeelden laten zien dat schone energie kán; maar het gaat wel wat van ons vragen. De kosten zijn één aspect. De zon gaat weliswaar voor niets op, maar de techniek om die energie op te vangen, om te zetten naar een bruikbare vorm, op te slaan en te transporteren vraagt wel een investering.

Met z’n allen investeren is nodig!

De kosten gaan hier voor de baten uit en investeren is een drempel. Gelukkig zijn er subsidies op maatregelen voor besparing door isolatie, zonne-energiesystemen en bijvoorbeeld warmtepompen.

Een ander aspect is dat de energietransitie naar schone energie onze omgeving gaat veranderen. Opvangen en omzetten van hernieuwbare energie in een bruikbare vorm vraagt ruimte. Hernieuwbare energie heeft een betrekkelijk lage energiedichtheid. Hebben we die ruimte wel?

Hoeveel ruimte hebben we nodig?

Het sommetje is snel gemaakt: Het totaal Nederlands netto energiegebruik (» 2.200 PJ/jaar) betekent per Nederlander een gemiddeld (continu) vermogen van ongeveer 4 kW. Als je dat volledig hernieuwbaar zou willen leveren met bijvoorbeeld zonnepanelen, is daarvoor per persoon een oppervlak nodig van ongeveer 400 m2. Als je alleen het grondoppervlak van windmolens rekent kom je voor windenergie op een kleiner benodigd oppervlak.

Het Nederlands grondoppervlak per persoon bedraagt ongeveer 2.400 m2.Dat betekent dat er zelfs binnen Nederland in principe voldoende ruimte is voor onze hernieuwbare energievoorziening.

Terecht wordt vaak de vraag gesteld of de ruimte voor zonnepanelen op land ten kosten gaat van voedselproductie. In dat verband is het aardig te weten dat elke Nederlander voor voedsel (2.500 kCal/dag) een oppervlak nodig heeft van ongeveer 400 m2  als men geen vlees eet. Eet met elke dag vlees, dan is er een oppervlakte nodig van minstens 13.000 m2 . Dus als we ons eetpatroon aanpassen en minder vlees eten, maken we ruimte voor hernieuwbare energie.

Mooi of lelijk?

Dan nog de vraag of hernieuwbare energie mooi of lelijk is. Natuurlijk; smaken verschillen. Dichtbij een windturbine of zonneweide is er sprake van hinder, maar bijvoorbeeld een zonneweide kan voor het zicht worden afgeschermd. Ikzelf heb liever zicht op hernieuwbare energiesystemen dan fossiele energiecentrales.

Vanzelfsprekend zijn er nog vragen. Bijvoorbeeld over transport en opslag van energie, verdeling van kosten en of we het snel genoeg kunnen realiseren. Oplossing van deze vragen vraagt inzet van ons allemaal; burgers, bedrijven, gemeentes en de overheid.

De energietransitie: Het is mogelijk!

De energietransitie naar hernieuwbare energie is mogelijk. De zon schijnt voor iedereen, er is ruimte en we kennen de technieken. Zie het als een positieve uitdaging, met zicht op een betere wereld!