Controleer uw ramen en deuren

Om uw warmtepomp goed te laten functioneren is goede isolatie van uw woning vereist. Dankzij deze temperaturen merkt u nog sneller op waar het tocht in uw woning. Zorg ervoor dat alle ramen dicht zijn. Controleer de tochtstrips rondom uw deuren. Zelfs een kleine stroom vrieskou heeft effect op het binnenklimaat van uw woning.

De buitenunit sneeuwvrij maken

De buitenunit van uw warmtepomp vriest niet kapot zolang uw installatie is ingeschakeld. Schakel uw warmtepomp dus niet uit. Indien de buitenunit van uw warmtepomp zich op een veilige en toegankelijke plaats bevind, kunt u deze sneeuwvrij maken. Doe dit alleen wanneer dit veilig mogelijk is.

Uw warmtepomp juist instellen

Een warmtepomp functioneert optimaal wanneer de warmtevraag constant is. Met deze lage temperaturen heeft de warmtepomp meer tijd nodig om op te starten. Maakt u zich geen zorgen om de capaciteit van uw installatie. Onze warmtepompen zijn krachtig genoeg om ook onder deze omstandigheden voor een comfortabele woonomgeving te zorgen. Het opwarmen van de installatie duurt langer dan normaal. Daarom adviseren we om de warmtepomp niet uit te schakelen en bovendien geen gebruik te maken van tijdprogramma’s. Uw warmtepomp levert het beste rendement wanneer u een constante temperatuur vraagt en uw woning niet af laat koelen. Heeft u uw thermostaat normaal op 19 graden staan? Laat dit dan de hele dag en nacht zo staan. Dan geniet u ook tijdens deze koude dagen van een comfortabele woning.