In januari 2019 meldde minister Wiebes de Tweede Kamer nog dat de salderingsregeling gehandhaafd zou blijven tot ten minste 1 januari 2021. Vanaf deze datum zou de nieuwe regeling – de terugleversubsidie – van start moeten gaan. Echter meldde de minister in januari ook dat verschillende partijen hem hadden gewezen op substantiële bezwaren tegen de invoering van de terugleversubsidie. Met de keuze van minister Wiebes om de salderingsregeling te handhaven, is de invoering van de terugleversubsidie van de baan.

Afbouw salderingsregeling vanaf 2023

Door de stapsgewijze afbouw van de salderingsregeling kunnen zonnepaneeleigenaren vanaf 2023 de opgewekte zonnestroom die wordt teruggeleverd aan het energienet niet meer voor 100% verrekenen met de aangekochte elektriciteit. Dit is nu nog wel het geval. Vanaf 2023 wordt de vergoeding voor de teruggeleverde zonne-energie opgesplitst. Enerzijds in een vergoeding voor de elektriciteit – deze wordt betaald door het energiebedrijf. En anderzijds in een vergoeding van de overheid voor de energiebelasting. Vanaf 2023 zal de overheid een steeds kleiner deel van de energiebelasting aan de zonnepaneeleigenaren terugbetalen. De afbouw van de salderingsregeling geldt uitsluitend voor elektriciteit die aan het energienet wordt teruggeleverd. Deze geldt dus niet op het eigen verbruik. 

Zonnepanelen blijven aantrekkelijk

In zijn brief aan de Tweede Kamer schrijft minister Wiebes het volgende: “Vanaf 1 januari 2023 wordt de salderingsregeling stapsgewijs afgebouwd, waarbij de hoogte van het fiscale voordeel geleidelijk afneemt tot nul in 2031. De verwachte kostprijsdalingen van zonnepanelen richting 2030 maken investeren in zonnepanelen ook zonder subsidie via de salderingsregeling voldoende financieel aantrekkelijk. Op de lange termijn zullen naar huidige verwachting de inkomsten uit de vermeden inkoop van elektriciteit door het direct eigen verbruik en de terugleververgoeding van de leverancier voldoende zijn om zonnepanelen voor kleinverbruikers rendabel te laten zijn.”

Belangrijke verantwoordelijkheid voor de Belastingdienst

Volgens minister Wiebes blijkt uit een eerste appreciatie van de Belastingdienst dat de afbouw van salderen waarschijnlijk voor de Belastingdienst uitvoerbaar is. Voorwaarde is dat alle kleinverbruikers beschikken over een meter met twee aparte telwerken. Eén voor de afname van elektriciteit van het elektriciteitsnet en één voor het terugleveren op het elektriciteitsnet. Voor een correcte aangifte van de energiebelasting door energieleveranciers, is het is het namelijk noodzakelijk dat zowel de levering als de teruglevering afzonderlijk bekend is. Formele uitspraken over de uitvoerbaarheid door de Belastingdienst verlopen via een uitvoeringstoets. In de basis vindt dit traject plaats in de fase dat de wetgeving in concept gereed is. Het traject duurt acht weken.

Vanaf 2023 geschikte meter verplicht

De energieleveranciers hebben al aangegeven de afbouw van het salderen goed te kunnen uitvoeren. Ook is het volgens de netbeheerders mogelijk om voor 1 januari 2023 iedereen van een geschikte meter te voorzien. Vanaf dat moment kan de afbouw van de salderingsregeling starten. Om dit te realiseren, wordt het vanaf 1 januari 2023 verplicht om een meter met twee aparte telwerken voor levering en teruglevering te hebben.

Deze verplichting wordt uiterlijk 1 januari 2021 in wetgeving opgenomen. Hierdoor kunnen de meters op tijd – vóór 1 januari 2023 – uitgerold worden. Minister Wiebes zegt hierover: “Alle kleinverbruikers die nog geen meter met minimaal twee aparte telwerken voor levering en teruglevering hebben, krijgen deze vóór 2023 aangeboden door de netbeheerder. We vereisen daardoor geen slimme meter. We bieden mensen ook de gelegenheid om een meter die niet op afstand uitgelezen wordt te nemen. Daardoor wordt tegemoet gekomen aan hen die zich zorgen maken over de privacy-aspecten van een slimme meter.”

Eind 2019 afbouwpad bekend

De komende maanden geeft het kabinet de salderingsregeling vanaf 2023 verder vorm. “Het exacte afbouwpad wordt eind 2019 vastgesteld. Daardoor kunnen ook de laatste inzichten uit de Klimaat- en Energie Verkenning 2019 (KEV 2019) worden meegenomen.”, geeft minister Wiebes aan. “Het uitgangspunt is dat het afbouwpad resulteert in hetzelfde totale budget tot en met 2030 ten opzichte van het beschikbare budget voor de oorspronkelijk beoogde subsidieregeling uit het regeerakkoord. Over de gehele periode tot en met 2030 blijft dus hetzelfde budget voor de stimulering van hernieuwbare elektriciteit bij kleinverbruikers beschikbaar. Dit is in totaal circa 2,6 miljard euro.”

Terugverdientijd zonnepanelen

Heeft u al zonnepanelen of besluit u om tijdens deze kabinetsperiode nog te investeren in zonnepanelen? Dan is de verwachting dat de terugverdientijd van circa zeven jaar gehandhaafd blijft tijdens de geleidelijke afbouw van de salderingsregeling. Volgens minister Wiebes is deze verwachting gebaseerd op huidige inzichten, onder andere ten aanzien van de ontwikkeling van de elektriciteitsprijs. Investeert u na deze kabinetsperiode in zonnepanelen? Dan wordt op basis van huidige inzichten verwacht dat de terugverdientijd kan oplopen tot boven de zeven jaar. “Uit de evaluatie van de salderingsregeling uit 2016 bleek onder andere dat men bereid is te investeren in zonnepanelen. Mits de terugverdientijd tussen circa vijf en negen jaar is. Bovenstaande verwachting wordt geactualiseerd met de laatste inzichten uit de Klimaat- en Energie Verkenning 2019 (KEV 2019).”, aldus minister Wiebes.